Ik houd ervan een beetje te experimenteren in de keuken. Hoe smaakt mijn pizzadeeg bijvoorbeeld het beste? Met gedroogde gist, Italiaanse biergist of toch met verse gist? En hoe lang moet het rijzen? En welk meel levert het beste resultaat? Ik trek er af en toe een weekendje voor uit om verschillende versies te proberen. En al zoekende op het web kom ik vanalles tegen, waardoor ik ook allerlei zijwegen insla. Brood is een logische. Eerder maakte ik al no knead bread en sinds vorige week is het zuurdesem wat de klok slaat.
Op Facebook kondigde ik het experiment al aan. Met zuurdesem bak je brood eigenlijk zoals het van oudsher wordt gedaan. Niet met gedroogde gist uit een pakje, maar met slechts meel en water in de basis. Dat betekent niet dat je geen gist nodig hebt. Die moet je alleen nog even ‘vangen’ in het wild. Want gist blijkt niet alleen in zakjes (of verse blokjes) te zitten: het zweeft gewoon in de lucht! Met de bloem en het vocht maak je eigenlijk een valletje. En daarna moet je geduld hebben. Veel geduld.
Ik loop soms een beetje achter de massa aan, maar de afgelopen weken heb ook ik me eindelijk eens op het maken van een no knead bread gestort. Wat een lol! Ik maakte een focaccia en een ‘gewoon’ brood.
In onderstaande prezi (noem het voor de gelegenheid een prezipe;-)) heb ik mijn bronnen verzameld. Ook een experimentje.
Lorraine Pascale is een relatief nieuw gezicht in het Britse culi-op-tv-circus. Op maandag avond is ‘Baking Made Easy‘ te zien op BBC2.
Lorraine is bezig aan een tweede (derde? of vierde misschien?) carrière. Ze was vroeger namelijk model. En eigenlijk ziet ze er nog steeds uit alsof ze dat is. Reden om een beetje wantrouwig naar haar kookkunsten te kijken. Maar wat blijkt: het programma is echt leuk om naar te kijken. Er zit wat meer pit in dan bij Nigel Slater (van Nigel Slater’s Simple Cooking) en de passie voor koken lijkt oprecht (dat vond ik bij Sophie Dahl wat tegenvallen). Vorige week maakte Lorraine een brood dat er lekker en mooi uitzag. Gisteren miste ik the Great British Bake off best een beetje en dus testte ik of haar pain d’epi inderdaad zo easy te baken is.
De afgelopen week was een culinair rijkgevulde. Hij begon op zondag met zelfgebakken koekjes van nichtje J, die bij mij logeerde. Rondjes, vlinders en zelfgeboetseerde objecten kwamen er uit de oven. We hebben er van gesmuld.
Een paar minder vormvaste exemplaren
De culinariteit verplaatste zich daarna naar de televisie. Op 1 oktober was immers het nieuwe (nog wat zwaar op Rudolph van Veen leunende) kanaal 24kitchen van start gegaan. Ik kan niet zeggen dat ik al heel veel heb gezien, maar het idee spreekt me aan. Sommige chefs zetten duidelijk hun eerste stappen en zijn nog wat onwennig in de keuken met camera. Ik ben heel benieuwd hoe ze het er over een jaar van af brengen. Het op haar boek ‘Smaakvrienden‘ gebaseerde programma van Angélique Schmeinck is interessant. Die vrouw weet waar ze het over heeft.
Dat jonge kinderen van koken kunnen houden weet ik wel. Ik stond zelf altijd al graag in de keuken en maakte als 9-jarige indruk met appeltaarten en zelfgemaakte mayonaise. Wat de kinderen van 9-12 jaar bij de eerste editie van Junior Masterchef in Australië op tafel toveren is echter van een andere categorie. Ze fabriceren gerechten, die mij volslagen onbekend , maar kennelijk dé trend op culinair gebied zijn. Ze maken hun borden op alsof ze jaren de composities van beroemde schilders en chefs hebben bestudeerd. En dat doen ze dan ook nog eens terwijl ze glimlachend en ogenschijnlijk welgemeend hun tegenstanders bemoedigend toespreken.
Mijn paranoïde ik vermoedt dat er achter de schermen aardig wat aan haren is getrokken en dat die kekke kookoutfits vele blauwe plekken verhullen. Maar mijn culinaire ik heeft toch vooral met bewondering naar de kleine chefs zitten kijken. Eén van de monstertjes serveerde ravioli, gevuld met eidooier. Dat wilde ik ook eens proberen!
Voor sommige gerechten bestaat geen excuus. Er zijn hooguit verzachtende omstandigheden…
Het gerecht waarvoor ik gisteren geen excuus had, maar dat ik wel maakte, at ik laatst in Londen in de pub The Builder’s Arms: Sticky Toffee Pudding.
Er zitten dadels in. Die zorgen vast voor een paar vitaminen. Maar ik geloof ook dat die teniet worden gedaan door de overige ingrediënten. Genoeg suiker, vet en calorieen voor de rest van de maand.
Maar goed: er waren dus verzachtende omstandigheden. Meerdere zelfs. Een regenachtige zaterdag in juli, die met gemak door had kunnen gaan voor een herfstdag in november. En ruim 200 dakpannen, die vanochtend aan de voordeur werden opgehaald, maar die vrijdag nog vrolijk op het platdak 3 verdiepingen hoger lagen. Zo’n dakpan weegt 2 kilo. Ik heb dus 400 kilo over 3 trappen vervoerd. Ik kon er steeds 3 of 4 tegelijk dragen. Maak zelf het rekensommetje maar hoe vaak ik die trappen op en neer ben gelopen. Verder is mijn behoefte aan suiker normaal gesproken niet zo hoog (geloof het of niet, maar ik ben geen zoetekauw), maar wel hormoongevoelig en ik beleefde gisteren een piek.
Met een beetje hoofdrekenen kwam ik er op uit dat ik gisteren en vandaag wel weg zou kunnen komen met een onverantwoord toetje, zolang ik de rest van de dag maar een beetje oplette. Zo gezegd zo gedaan. Read the rest of this entry »
Eerder schreef ik al dat ik wel geïnteresseerd zou zijn in een culitripje. Die zoektocht heeft nog geen leuke opties voor georganiseerde reisjes opgeleverd. Mijn culibelevenissen zullen vooralsnog op eigen initiatief gebeuren.
Gelukkig kun je nu wel naar de culitrip van een ander kijken. Momenteel draait in de (arthouse)bioscopen The trip. In die film gaan Britse komieken Steve Coogan en Rob Brydon, die voor de gelegenheid zichzelf spelen, op een culinaire rondreis langs restaurants in Noord-Engeland.
Het eten is een rode draad (met speciale aandacht voor St. Jacobsschelpen ), maar de film leunt in grote mate op de dialogen tussen Coogan en Brydon. Ze doen, erg goed, veel beroemdheden na: Michael Caine; Billy Connolly, Hugh Grant en anderen en becommentariëren elkaars werk. Ik vrees dat je wel een beetje anglofiel moet zijn om dat alles ten volle te kunnen waarderen. Ikzelf moest wel regelmatig erg lachen.
Een andere rode draad is de midlife crisis van Coogan, wat leidt tot een einde dat wat somberder is dan de film zelf.
Om dit schrijven dan toch op een vrolijker noot te eindigen: een receptje!
Ik maakte gisteren, bij wijze van voorraadkast-uitdaging, polenta.
Ik bracht 1 liter water aan de kook met 2 bouillonblokjes (groente). Daar voegde ik 200 gram polenta aan toe en liet dat al roerend een minuut of 20 koken. Je hebt verschillende soorten polenta (kortkokend of niet), dus het is altijd handig even de aanwijzingen op het pakje te lezen. Hou ook een spatschermpje bij de hand. Polenta spat tijdens het koken nogal vervelend.
De polentapap stortte ik (met een beetje beleid) uit op een teflon bakfolie zodat deze in een plak van ongeveer 1,5 cm dik kon afkoelen.
Ondertussen maakte ik een tomatensausje door een ui (gesnipperd) te fruiten, daar een beetje honing aan toe te voegen. Ik had nog wat porcini, die ik weekte in wat warm water. Die sneed ik ook in stukjes en voegde ik met een flinke teen knoflook (in kleine stukjes) toe aan de uitjes. Blikje tomatenblokjes erbij, wat gedroogde oregano in de pan, peper en zout erbij en een kwartiertje pruttelen.
Vervolgens sneed ik de plak polenta in stukken (maak ze zo groot als je zelf wilt) en die bakte ik in een koekenpan in wat olijfolie krokant.
De saus ging over de gebakken polenta, net als wat pecorino.
Aardappelpuree. Of je nu Hollandse kost kookt of meer verfijnde gerechten maakt: een gepureerde aardappel is lekker, mits goed gedaan. Je kunt aardappelpuree op verschillende manieren maken.
Je kunt water doen bij poeder uit een pakje, waarmee je instant aardappelpuree maakt. Instant aardappelpuree is geen aardappelpuree. Dat noem ik behangplaksel.
Je kunt gekookte aardappels ook met melk, room of boter mixen met een mixer. Dan maak je stopverf. Een mixer lijkt handig, maar je verprutst de structuur van de puree. Door naar de volgende optie dus: de stamper. Ik heb er zelf jaren geleden eentje gekregen toen ik mijn studentenhuis verruilde voor een flatje met keuken. Die keuken moest natuurlijk gevuld met allerhande essentials en de pureestamper hoorde daarbij. Tot afgelopen week deed hij prima dienst.
Maar ja: ik lees teveel kookboeken en -tijdschriften en ik kijk te vaak naar culinaire programma’s op tv. En zo leerde ik dat je voor de perfecte puree toch echt niet zonder een pureepers kunt.
Kookwinkel Potten & Pannen aan de Nachtegaalstraat in Utrecht had een lenteactie. Er ging 15% van bijna alle prijzen af en zo fietste ik donderdagavond met een pyrex maatbeker en een pureepers naar huis.
De medewerkers van de winkel zijn ook actief op Twitter en zo kreeg ik de tip om de pureepers te gebruiken om gnocchi te maken. Het recept kreeg ik op verzoek in 4 tweets erbij. Geen aardappelpuree dus, maar wel een leuk weekendrecept!
Ik beleefde gisteren een nogal brakke dag. Laat naar bed en vroeg weer wakker door klussende buurtgenoten. Ik moest nog boodschappen doen en had wat ‘supplies’ nodig van de biosuper in de binnenstad. Vlak voor ik daarheen ging, schoot me te binnen dat de Inktpot, het markante gebouw van Prorail bij het Moreelsepark, die dag open was in het kader van een monumentenestafette. Ik besloot daar dus even een tussenstop te maken.
Ik was zeker niet de enige: het was binnen af en toe een beetje dringen geblazen zelfs, maar het gebouw is een bezoekje zeker waard. Bijzondere architectuur (al vond ik niet alles even mooi) en enthousiaste medewerkers die over hun werkplek vertelden. En een hoop fototoestellen om alles vast te leggen. Aan het mijne had ik niet gedacht, maar gelukkig had ik mijn telefoon wel bij me.
Ik was al een poosje benieuwd hoe het zou smaken: spaghetti met marmite. Niet dat ik zelf ooit op de combi zou zijn gekomen, maar ja, als keukengodin Nigella het zegt, dan moet er toch iets voor te zeggen zijn.
Wél lekker op een boterham met kaas!
Vandaag had ik alle ingrediënten in huis en besloot ik het erop te wagen. En het resultaat? Tja, ik vermoed dat het een acquired taste is: het was goed te eten, maar staat niet hoog op mijn lijstje recepten die het herhalen waard zijn.
Er is veel te vertellen over thee en Engeland. Wij Hollanders gaan al snel de mist in, want thee zonder melk is een absolute nono aan de andere kant van het Kanaal. Je voegt die melk dan ook nog eens niet toe aan de thee, maar de thee aan de melk. En wij denken dat ze alleen in Japan een theecultuur hebben;-)
Scones van Paul Hollywood
Wat ik veel beter begrijp is de scone die bij een traditionele clotted cream tea (er is mij ooit duidelijk te verstaan gegeven dat dat de correcte term is en niet Devonshire tea) wordt geserveerd. Ik doe nog steeds maar half mee, want jam en room vind ik persoonlijk niet zo lekker. Een beetje boter volstaat.
Nou maak ik wel eens een soepje, maar dat bestaat dan over het algemeen uit een selectie groenten naar keuze, aangevuld met bouillon en een aardappel, die ik na het koken met een staafmixer bewerk. Zoals bijvoorbeeld mijn snelle wortelsoep. Ik noem dat de succes-gegarandeerd-methode, want je moet het wel bont maken, wil daar iets mee misgaan. Een variatie is de slime soup van Nigella. Die is eigenlijk nog makkelijker en sneller.
Gisteren waagde ik me onder de deskundige leiding van de juf dus aan wat ingewikkelder zaken. De eerder door ons geleerde snijtechnieken konden goed worden geoefend bij het klaarmaken van de groenten. Daarbij leerde ik dat de basis bestaat uit ‘wups’, een hüpsche benaming voor een mengsel van gelijke delen wortel, ui, prei en selderij. We maakten niet alleen groentebouillon maar ook visbouillon. Dus we konden ons ook uitleven op de restanten van wat ooit mooie vissen waren.
Laatste reacties