De typemachines van Hermans

Een paar weken geleden zag ik bij De Wereld Draait Door een item over de schrijfmachines van W.F.Hermans, dat me direct een jaar of twintig terugvoerde in de tijd. Rond die machines deed ik namelijk mijn eerste ervaring op in het communicatievak.

In 1995 was ik, na een gesjeesd jaartje beleidswetenschap in Nijmegen, begonnen met mijn studie taalwetenschap in Tilburg. Niet veel later begon ik als vrijwilliger PR bij het Scryptionmuseum. Dat museum was eind jaren 80 ontstaan uit de verzameling van een ijverige frater van Tilburg. Schriftelijke communicatie stond centraal, wat inhield dat er pennen, potloden, computers, maar vooral schrijfmachines werden tentoongesteld. Tegen kennissen zei ik voor het gemak dat ik bij een typemachinemuseum werkte.

Persberichten vouwen

Als vrijwilliger hielp ik mee met het opstellen, vouwen en versturen van de persberichten: we leefden in een communicatiewereld die nog grotendeels offline was. Naar aanleiding van die berichten belden er wel eens mensen om persfoto’s te vragen. Digitale fotografie stelde destijds nog helemaal niets voor, dus dan stuurden we afdrukken in hoge kwaliteit. Achterop zo’n foto  plakten we een sticker, waarop de nodige gegevens vermeld stonden én een melding dat de foto eigendom was van het museum en na afloop teruggestuurd diende te worden. We hielden keurig bij wie welke foto had ontvangen en ik deed af en toe een belrondje om foto’s die te lang wegbleven terug te vragen. Dat waren over het algemeen routinematige gesprekjes met redacteuren van diverse media.

Collectie Hermans

Na het overlijden van W.F. Hermans, een verwoed verzamelaar van schrijfmachines, werd zijn verzameling in langdurig bruikleen gegeven aan het museum. Ik herinner me waarschuwingen. “Zet alles maar achter slot en grendel, want de ‘hardcore fans’ nemen alles mee wat ze te pakken kunnen krijgen.” Niet veel later werd een deel van de typemachines tentoongesteld, een aantal bijzondere exemplaren – waaronder de rode IBM die zo beroemd was – in afgesloten glazen vitrines. Voor zover ik me kan herinneren zijn er geen zaken ontvreemd, maar er kwamen wel veel fans langs. Enkele daarvan durfde ik wel ‘bijzonder’ te noemen.

Lekker puh

In de tijd rond de komst van de collectie van Hermans ontvingen we vanzelfsprekend ook weer veel verzoeken om persfoto’s. Enkele daarvan waren niet op tijd teruggestuurd, dus ik deed weer een belrondje. Ik sprak enkele redacties die toezegden de foto’s direct terug te sturen, maar ik sprak ook iemand die minder routineus reageerde. “Ik heb die foto’s gekregen als cadeautje” was zijn eerste reactie op mijn verzoek de persfoto’s te retourneren. Hij zei het kortaf. Ik vroeg het na bij mijn collega’s en nam de hoorn weer op: “Dat moet een misverstand zijn; we geven nooit foto’s weg. Kijkt u maar op de sticker achterop.” De meneer mokte nog wat, maar zei dat hij de foto’s dan wel zou terugsturen. Ik kon me weer op een leuker deel van mijn takenpakket storten.

Een paar weken later waren de foto’s niet terug in het museum. Wel arriveerde er een ansichtkaart van de meneer die ik had gesproken. Er stond iets als: “Iedereen bedenkt zich wel eens. Jullie krijgen de foto’s dus niet terug.” Ik herinner me zijn afsluiting: “Lekker puh.”

 

Laat wat van je horen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Antispamcontrole Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.