Lorraine Pascale is een relatief nieuw gezicht in het Britse culi-op-tv-circus. Op maandag avond is ‘Baking Made Easy‘ te zien op BBC2.
Lorraine is bezig aan een tweede (derde? of vierde misschien?) carrière. Ze was vroeger namelijk model. En eigenlijk ziet ze er nog steeds uit alsof ze dat is. Reden om een beetje wantrouwig naar haar kookkunsten te kijken. Maar wat blijkt: het programma is echt leuk om naar te kijken. Er zit wat meer pit in dan bij Nigel Slater (van Nigel Slater’s Simple Cooking) en de passie voor koken lijkt oprecht (dat vond ik bij Sophie Dahl wat tegenvallen). Vorige week maakte Lorraine een brood dat er lekker en mooi uitzag. Gisteren miste ik the Great British Bake off best een beetje en dus testte ik of haar pain d’epi inderdaad zo easy te baken is.
De afgelopen week was een culinair rijkgevulde. Hij begon op zondag met zelfgebakken koekjes van nichtje J, die bij mij logeerde. Rondjes, vlinders en zelfgeboetseerde objecten kwamen er uit de oven. We hebben er van gesmuld.
Een paar minder vormvaste exemplaren
De culinariteit verplaatste zich daarna naar de televisie. Op 1 oktober was immers het nieuwe (nog wat zwaar op Rudolph van Veen leunende) kanaal 24kitchen van start gegaan. Ik kan niet zeggen dat ik al heel veel heb gezien, maar het idee spreekt me aan. Sommige chefs zetten duidelijk hun eerste stappen en zijn nog wat onwennig in de keuken met camera. Ik ben heel benieuwd hoe ze het er over een jaar van af brengen. Het op haar boek ‘Smaakvrienden‘ gebaseerde programma van Angélique Schmeinck is interessant. Die vrouw weet waar ze het over heeft.
Er is afgelopen week weer een nieuwe serie Celebrity Masterchef begonnen op de BBC. Op een redelijk kansloos tijdstip ma-do (15.15 u) met op vrijdag en zaterdag een soort samenvatting met nog een laatste opdracht. Gelukkig is er de iPlayer (hoe ik die gebruik schreef ik eerder al).
Hoewel ik de beroemdheden niet echt ken, is de serie weer smullen geblazen. Geen uitgebreide recensie hier. Slechts een korte dialoog.
Keukengadgets zijn best een beetje mijn ding. Niet voor niets heet mijn kookblog Kookgear*. Afgelopen weekend was ik bij Betsies kookwinkel in Utrecht en er brandden nog wat verjaardagscadeaubonnen in mijn tas. Ik snuffelde wat rond en spotte ineens een apparaatje dat ófwel een uitkomst is, ófwel een keukenlijk. En ja, dan is uitproberen het enige devies.
Het betreft de PerfectRoll van Leifheit. Duitse degelijkheid dus, wat de keus om 18 euro (tju, ik zie nu dat ie online veel goedkoper is…) uit te geven iets makkelijker maakte. Leifheit zelf demonstreert het in beeld en (niet ter zake doende) geluid:
We zijn halverwege de tweede serie van The Great British Bake Off en het is letterlijk en figuurlijk smullen geblazen.
In de eerste vier afleveringen stonden achtereenvolgens (cup) cakes, tarts, bread en biscuits centraal. En volgende week gaan de heren en dames bakkers aan de slag met de Engelse pie. Daar kijk ik naar uit. Met koekjes, en dan vooral de macaroons heb ik niet zoveel.
Dat honden op hun baasjes lijken, weten we al langer. Dat taarten en hun bakkers eenzelfde duo konden vormen, was nieuw voor mij. De eerste aflevering van het tweede seizoen van The Great British Bake Off (die ik bekeek op de iPlayer) was meteen een leerzame.
Mel en Sue presenteren the Great British Bake Off
The Great British Bake Off is een bijzonder programma. In afleveringen van een uur volgt de kijker de verwoede pogingen van meer en minder talentvolle hobbybakkers om de perfecte taart, cake, quiche of ander baksel te maken. Elke aflevering begint met een ‘signature bake’ (“tell us about your signature cupcake”), gevolgd door een ‘technical bake’ en een grootse opdracht om mee af te sluiten.
Weinig programma’s zijn zo rustgevend. Terwijl de kandidaten zich een slag in de rondte werken naar een gevaarlijk hoge bloeddruk, bereik ik in een uur een prettige staat die zich het best laat omschrijven als ‘zen’.
Dat jonge kinderen van koken kunnen houden weet ik wel. Ik stond zelf altijd al graag in de keuken en maakte als 9-jarige indruk met appeltaarten en zelfgemaakte mayonaise. Wat de kinderen van 9-12 jaar bij de eerste editie van Junior Masterchef in Australië op tafel toveren is echter van een andere categorie. Ze fabriceren gerechten, die mij volslagen onbekend , maar kennelijk dé trend op culinair gebied zijn. Ze maken hun borden op alsof ze jaren de composities van beroemde schilders en chefs hebben bestudeerd. En dat doen ze dan ook nog eens terwijl ze glimlachend en ogenschijnlijk welgemeend hun tegenstanders bemoedigend toespreken.
Mijn paranoïde ik vermoedt dat er achter de schermen aardig wat aan haren is getrokken en dat die kekke kookoutfits vele blauwe plekken verhullen. Maar mijn culinaire ik heeft toch vooral met bewondering naar de kleine chefs zitten kijken. Eén van de monstertjes serveerde ravioli, gevuld met eidooier. Dat wilde ik ook eens proberen!
Op kantoor lunch ik regelmatig met een aantal collega’s. Dat doen we verantwoord: met brood en het meeste beleg van de biologische winkel in de buurt. Gisteren kwam het gesprek op olie. Collega M vertelde dat hij vaak kokosolie gebruikt, omdat dat heel gezond is. Ik was een beetje verbaasd, want ik was in de veronderstelling dat kokosvet (en dus ook -olie) juist heel ongezond is.
Ik wendde me tot Google en vond inderdaad veel sites waarop de voordelen van kokosolie stonden opgesomd. Ja, het is verzadigd vet, maar van een speciaal soort dat juist weer goede kenmerken heeft. Bovendien zijn er op aarde plekken waar de bevolking relatief zeer veel kokosolie gebruikt, terwijl hart- en vaatziekten daar veel minder vaak voorkomen. Interessante informatie.
Veel van de sites die ik vond stonden wel volledig in het teken van kokosolie. Ik ben dan doorgaans wat terughoudend om alle informatie direct voor waar aan te nemen. Ik zocht dus nog wat verder in de hoop een wetenschappelijk onderbouwd eindoordeel.
Sites van verschillende voorlichtingscentra geven ook informatie over kokosolie. Ik zocht naar sites in binnen- en buitenland en het beeld daar was toch vooral: ja, het is een ander type verzadigd vet, maar de ‘benefits’ zijn niet aangetoond. Bovendien staat niet vast of het minder voorkomen van hart- en vaatziekten in bepaalde landen is toe te schrijven aan het gebruiken van bepaalde voedingsmiddelen, of juist aan het niet gebruiken van andere (typisch westerse) voedingsmiddelen. Het advies is dus: mijden.
Wie heeft nu gelijk? Ik weet het niet. Ik heb aarzelingen bij sites waarvan niet helemaal duidelijk is wie erachter zit. Maar collega M merkte terecht op dat instellingen die wij als onafhankelijk zien dat in feite ook niet zijn: onderzoek wordt bekostigd door producenten van voedings- en geneesmiddelen en er spelen vaak grote (financiële) belangen. Hoe kan het bijvoorbeeld dat iets als Fruit2day (en niet gewoon het fruit van de groenteboer) de jaarprijs gezonde voeding van het Voedingscentrum wint?
Overigens lijkt de wetenschap ook niet een eenduidig oordeel te hebben: de grote massa lijkt kokosolie af te raden, maar er zijn ook wetenschappers met een sterk afwijkende mening. Het is me, om een lang verhaal kort te maken, nu niet bepaald duidelijker geworden wat de status is van kokosolie. Mijn opvatting is nog niet echt anders (ik zal nog niet in de rij gaan staan bij de biowinkel voor een flesje extra vergine kokosolie) maar ik durf ook niet hard te roepen dat het ongezond is. Als er iemand is die (een onderbouwd) licht kan werpen in deze duisternis: ik hoor het graag!
Update (24-12-2011): via Twitter werd ik gewezen op deze column van voedingsdeskundige Professor Katan. Hij ontzenuwt, gebaseerd op vergelijking van wetenschappelijk onderzoek, een aantal opvattingen.
Voor sommige gerechten bestaat geen excuus. Er zijn hooguit verzachtende omstandigheden…
Het gerecht waarvoor ik gisteren geen excuus had, maar dat ik wel maakte, at ik laatst in Londen in de pub The Builder’s Arms: Sticky Toffee Pudding.
Er zitten dadels in. Die zorgen vast voor een paar vitaminen. Maar ik geloof ook dat die teniet worden gedaan door de overige ingrediënten. Genoeg suiker, vet en calorieen voor de rest van de maand.
Maar goed: er waren dus verzachtende omstandigheden. Meerdere zelfs. Een regenachtige zaterdag in juli, die met gemak door had kunnen gaan voor een herfstdag in november. En ruim 200 dakpannen, die vanochtend aan de voordeur werden opgehaald, maar die vrijdag nog vrolijk op het platdak 3 verdiepingen hoger lagen. Zo’n dakpan weegt 2 kilo. Ik heb dus 400 kilo over 3 trappen vervoerd. Ik kon er steeds 3 of 4 tegelijk dragen. Maak zelf het rekensommetje maar hoe vaak ik die trappen op en neer ben gelopen. Verder is mijn behoefte aan suiker normaal gesproken niet zo hoog (geloof het of niet, maar ik ben geen zoetekauw), maar wel hormoongevoelig en ik beleefde gisteren een piek.
Met een beetje hoofdrekenen kwam ik er op uit dat ik gisteren en vandaag wel weg zou kunnen komen met een onverantwoord toetje, zolang ik de rest van de dag maar een beetje oplette. Zo gezegd zo gedaan. Lees lekker verder »
Eerder schreef ik al dat ik wel geïnteresseerd zou zijn in een culitripje. Die zoektocht heeft nog geen leuke opties voor georganiseerde reisjes opgeleverd. Mijn culibelevenissen zullen vooralsnog op eigen initiatief gebeuren.
Gelukkig kun je nu wel naar de culitrip van een ander kijken. Momenteel draait in de (arthouse)bioscopen The trip. In die film gaan Britse komieken Steve Coogan en Rob Brydon, die voor de gelegenheid zichzelf spelen, op een culinaire rondreis langs restaurants in Noord-Engeland.
Het eten is een rode draad (met speciale aandacht voor St. Jacobsschelpen ), maar de film leunt in grote mate op de dialogen tussen Coogan en Brydon. Ze doen, erg goed, veel beroemdheden na: Michael Caine; Billy Connolly, Hugh Grant en anderen en becommentariëren elkaars werk. Ik vrees dat je wel een beetje anglofiel moet zijn om dat alles ten volle te kunnen waarderen. Ikzelf moest wel regelmatig erg lachen.
Een andere rode draad is de midlife crisis van Coogan, wat leidt tot een einde dat wat somberder is dan de film zelf.
Om dit schrijven dan toch op een vrolijker noot te eindigen: een receptje!
Ik maakte gisteren, bij wijze van voorraadkast-uitdaging, polenta.
Ik bracht 1 liter water aan de kook met 2 bouillonblokjes (groente). Daar voegde ik 200 gram polenta aan toe en liet dat al roerend een minuut of 20 koken. Je hebt verschillende soorten polenta (kortkokend of niet), dus het is altijd handig even de aanwijzingen op het pakje te lezen. Hou ook een spatschermpje bij de hand. Polenta spat tijdens het koken nogal vervelend.
De polentapap stortte ik (met een beetje beleid) uit op een teflon bakfolie zodat deze in een plak van ongeveer 1,5 cm dik kon afkoelen.
Ondertussen maakte ik een tomatensausje door een ui (gesnipperd) te fruiten, daar een beetje honing aan toe te voegen. Ik had nog wat porcini, die ik weekte in wat warm water. Die sneed ik ook in stukjes en voegde ik met een flinke teen knoflook (in kleine stukjes) toe aan de uitjes. Blikje tomatenblokjes erbij, wat gedroogde oregano in de pan, peper en zout erbij en een kwartiertje pruttelen.
Vervolgens sneed ik de plak polenta in stukken (maak ze zo groot als je zelf wilt) en die bakte ik in een koekenpan in wat olijfolie krokant.
De saus ging over de gebakken polenta, net als wat pecorino.
Ik schreef gisteren al over enkele highlights van mijn meest recente tripje naar Londen. Er werd natuurlijk ook geslapen, geshopt, gedronken en gegeten. Een overzichtje van de adresjes.
We sliepen in het Caring Hotel in Craven Hill Gardens (geboekt via Expedia). Vlakbij Hyde Park in een rustig straatje. Geen lift en een kamer op de derde verdieping, dus genoeg beweging;-) De kamer was ruim (3 bedden ipv de besproken 2), het badkamertje klein maar schoon (wel zelf shampoo etc. meenemen). De matrassen hadden hun beste tijd gehad, maar dat was eigenlijk het enige minpunt. Het ontbijtbuffet was redelijk uitgebreid en het personeel was vriendelijk. Een prima uitvalsbasis! Tube stations in de buurt zijn Queensway, Lancaster Gate en Bayswater. Wij startten meestal met de Central Line vanaf Queensway (als we niet gingen wandelen door of langs het park tenminste).
Laatste reacties